﻿* 
* Mijn conclusies:
< Ouders en kinderen zijn deel van ieder gezin.
< 
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een vader is waarschijnlijk een persoon.
< Een vader is waarschijnlijk een ouder.
< Een ouder is waarschijnlijk een persoon.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Iedere ouder is een vrouw of een man.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een moeder is waarschijnlijk een persoon.
< Een moeder is waarschijnlijk een ouder.
< 
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een zoon is waarschijnlijk een persoon.
< Een kind is waarschijnlijk een persoon.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Ieder kind is een meisje, een vrouw, een jongen of een man.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Een dochter is waarschijnlijk een persoon.
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Jan is deel van een gezin.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Jan is waarschijnlijk een persoon.
< Jan heeft waarschijnlijk een kind.
* 
* Mijn vragen:
< Is Jan een vrouw of een man?
< Is Jan een vader of een moeder?
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Peter is deel van een gezin.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Peter is waarschijnlijk een persoon.
< Peter heeft waarschijnlijk een kind.
* 
* Mijn vragen:
< Is Peter een vrouw of een man?
< Is Peter een vader of een moeder?
< 
* 
* Mijn eerdere veronderstellingen die nu relatiewoorden hebben:
< Jan heeft waarschijnlijk een kind.
* 
* Mijn conclusies:
< Johan is deel van een gezin.
< Jan heeft een kind, genaamd Johan.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Johan is waarschijnlijk een persoon.
< Johan heeft waarschijnlijk een ouder, genaamd Jan.
< Jan is waarschijnlijk een ouder van Johan.
* 
* Mijn vragen:
< Is Johan een meisje, een vrouw, een jongen of een man?
< Is Johan een zoon of een dochter?
< 
* 
* Mijn conclusies:
< Anna is een vrouw.
< Anna is vrouwelijk.
< Paul heeft een moeder, genaamd Anna.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Anna is waarschijnlijk een persoon.
< Anna is waarschijnlijk geen man.
< Anna heeft waarschijnlijk een kind, genaamd Paul.
< Anna is waarschijnlijk een ouder van Paul.
< Anna is waarschijnlijk deel van een gezin.
< Anna is waarschijnlijk geen vader.
< Paul is waarschijnlijk een kind van Anna.
< Paul is waarschijnlijk deel van een gezin.
< Paul is mogelijk een persoon.
< Paul heeft waarschijnlijk een ouder, genaamd Anna.
* 
* Mijn vragen:
< Is Paul een meisje, een vrouw, een jongen of een man?
< Is Paul een zoon of een dochter?
< 
* Dat weet ik.
* 
* 
* Mijn conclusies:
< Sjors was een man.
< Sjors was mannelijk.
< André heeft geen vader meer.
< André had een vader, genaamd Sjors.
* 
* Mijn veronderstellingen:
< Sjors heeft waarschijnlijk een kind, genaamd André.
< Sjors was waarschijnlijk een persoon.
< Sjors was waarschijnlijk geen vrouw.
< Sjors was waarschijnlijk een ouder van André.
< Sjors was waarschijnlijk deel van een gezin.
< Sjors was waarschijnlijk geen moeder.
< André is waarschijnlijk een kind van Sjors.
< André is waarschijnlijk deel van een gezin.
< André is mogelijk een persoon.
< André had waarschijnlijk een ouder, genaamd Sjors.
* 
* Mijn vragen:
< Is André een meisje, een vrouw, een jongen of een man?
< Is André een zoon of een dochter?
< 
* Dat weet ik.
* 
* Dat weet ik.
* 
* Dat weet ik.
* 
* Dat weet ik.
* 
* Dat weet ik.
* 
* Dat weet ik.
* 
